Maandag 23 maart
In Gods aanwezigheid
“Wees stil en weet dat Ik God ben.” (Psalm 46:10). Heer, Uw woorden leiden ons naar de kalmte en de grootsheid van Uw aanwezigheid.
Vrijheid
Heer, ik vraag de genade om te beseffen dat
dat Uw wil doen een vreugde is
want Uw wil is mijn diepste verlangen
en U bent altijd bereid wat het beste voor me is.
Bewustzijn
Van iets bewust zijn betekent dat ik op de hoogte ben. Lieve Heer, help me eraan te herinneren dat U mij het leven heeft geschonken. Dank U voor het geschenk van het leven. Leer me te vertragen, stil te zijn en te genieten van de geneugten die voor mij geschapen zijn, me bewust te zijn van de schoonheid om me heen: de pracht van bergen, de kalmte van meren, de kwetsbaarheid van een bloemblaadje. Ik moet onthouden dat al deze dingen van U komen.
Het Woord van God
Johannes 8, 1-111In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg. 2’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichtte hen. 3Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw die op overspel was betrapt. 4Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem: “Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef. 5Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij ervan?” 6Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond. 7Toen zij bij Hem aanhielden met vragen richtte Hij zich op en zei tot hen: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.” 8Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond. 9Toen zij dit hoorden dropen zij een voor een af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen achterbleef met de vrouw die daar was blijven staan. 10Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: “Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?” 11Zij antwoordde: “Niemand, Heer.” Toen zei Jezus tot haar: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.”,
Inspiratie
Probeer je de angst voor te stellen van de vrouw die zo plots wordt betrapt en openlijk wordt beschuldigd. Haar situatie lijkt uitzichtloos. Vervolgens wordt Jezus naar zijn mening gevraagd. Hoe bemoedigt of ontmoedigt zijn omgang met de beschuldigde vrouw jou? Welke houding namen de religieuze leiders tegenover haar aan, en hoe verschilde die van Jezus’ reactie? Wat onthult dit evangeliefragment over Gods kijk op zonde? Voor welke zondige houdingen of reacties zou ik God om vergeving moeten vragen?
Gesprek
“Er is geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn” (Romeinen 8,1) (Romeinen 8:1). Ik wend me tot Degene die van mij houdt en mij beter kent dan ik van mezelf kan houden of mezelf kan kennen. Hem vraag ik om datgene wat ik op dit moment nodig heb.
Besluit
In de liefdevolle aanwezigheid van God,
vraag ik Hem mij te zegenen en te leiden
terwijl ik Zijn werk doe in mijn dagelijks leven.
Amen
Copyright © 1999-2026 Sacred Space. All rights reserved.
Gewijde Ruimte is een werk van de Ierse Jezuïeten.