Lucas 4, 31-37

31In die tijd ging Jezus naar Kafarnaüm, een stad in Galilea en trad daar op de sabbat voor de mensen als leraar op. 32Zij waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, omdat Hij sprak met gezag. 33Eens bevond zich in de synagoge een man die bezeten was door een onreine geest en die luid begon te schreeuwen: 34“Jezus van Nazaret, wat hebben wij met elkaar te maken? Zijt Ge gekomen om ons in het verderf te storten? Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods.” 35Jezus voegde hem toe: “Zwijg stil en ga van hem weg.” De boze geest slingerde hem tussen de mensen en ging van hem weg zonder hem enig letsel te hebben toegebracht. 36Ze stonden allen met verbazing geslagen en zeiden tot elkaar: “Wat is dat voor een woord, dat met gezag en macht aan de onreine geesten een bevel geeft dat ze weggaan?” 37En zijn faam verspreidde zich over alle plaatsen van die streek.