Laat er genade zijn
“Aurora Borealis, het noorderlicht,” zei Anne. “Wat prachtig.”
Ik dacht na over hoe die grootsheid in woorden te vatten zou zijn. Dat had ze niet nodig.
“Laat me bij de magie,” onderbrak ze me.
Ze deed me denken aan de reactie van mijn moeder toen ik probeerde uit te leggen waarom de gebedsplant ’s avonds zijn bladeren opheft als een lofprijzing.
“Hij bidt,” zei ze. “Dat is genoeg.”
Het waren allebei goede boodschappen, want ze brachten me terug naar de bron van onze beste reactie: verwondering en lof. Het wonderlijke mag zich nooit overgeven aan een formule van woorden. We staan bijvoorbeeld voor een zonsondergang en zeggen: “Ah”, want het is werkelijk een moment van ontzag. En als we toch naar een woord moeten grijpen, laat het dan “genade” zijn!
Paulus vond dat woord zelfs zijn beste bondgenoot toen hij schreef over het Goede Nieuws. Voor hem was het evangelie volledig genade en vol gratie: genadig geschonken en, bij wie het hoorde, de snaren van dankbaarheid rakend. Zo ook Gerard Manley Hopkins, die opmerkte dat het mysterie van de incarnatie – van de altijd onbegrijpelijke God die in Jezus onze bloedbaan binnentreedt – nooit kon worden herleid tot “een theologische vergelijking”. Zijn wonder “laat de geest schommelen, gespannen maar trillend”. Trillingen.
Zo hebben we het ook over ‘klimaatverandering’ of ‘opwarming van de aarde’ en weten we niet wat we bedoelen, tenzij we elke dag verder hebben moeten lopen om water te halen, ons huis zijn kwijtgeraakt of, als rendierboer, onze rendieren hebben zien vallen door het dunner wordende ijs.
Hugh O’Donnell SDB, The Sacred Heart Messenger, juni 2024
Verbonden blijven
Iets om elke dag van deze week over na te denken en voor te bidden:
Bidden is niet aangeboren. Het is iets wat je kunt leren. Gelukkig hoef je het niet allemaal zelf uit te vinden. Christenen bidden al tweeduizend jaar. Er is dus veel knowhow ontwikkeld. Als je op zoek gaat naar wat jou kan helpen om zelf te bidden, is het goed om je daardoor te laten inspireren.
Er bestaan evenveel manieren van bidden als er mensen zijn. Sommige mensen bidden graag met teksten, al of niet uit de Bijbel. Anderen houden van bidden zonder woorden. Je kunt alleen of met anderen bidden. Op een stille, afgezonderde plek of midden in de drukte van de stad. Sommigen bidden graag lange tijd. Voor anderen is het hoe korter, hoe liever. Een goede wijze van bidden is een wijze die jou, op dat ogenblik helpt om meer verbonden met God te leven. Dit kan veranderen in de tijd. Wat je vandaag helpt om bij God te komen, werkt morgen misschien minder goed. Dit is niet vreemd. Dat geldt voor het meeste in het leven van een mens.
Nikolaas Sintobin s.j., Wat deed God voor Hij de wereld schiep? en 51 andere vragen over het christelijk geloof
Lees meerDe brandende kool
Er is een bekend verhaal dat predikanten graag vertellen. Het gaat als volgt:
Een parochiaan, die vroeger regelmatig de mis bijwoonde, was daar plotseling mee gestopt. Na een paar weken besloot de pastoor hem te bezoeken. Het was een koude avond en de priester trof de man alleen thuis aan, zittend voor een knapperend kolenvuur.
De man begreep meteen waarom de priester kwam. Hij heette hem welkom, leidde hem naar een grote stoel bij de open haard en wachtte. De pastoor ging rustig zitten, maar zei niets. In de stilte keek hij slechts naar het vuur.
Na een paar minuten pakte de priester met de vuurtang een gloeiend stuk kool uit het vuur en legde het apart, aan de rand van de haard. Daarna ging hij weer zitten, nog steeds zwijgend. Beiden keken naar de kool. Langzaam doofde de vlam, er was nog even een gloed – en toen was het vuur uit. Al snel was de kool koud en zwart.
De priester stond op, pakte de koude kool weer op en legde die terug midden in het vuur. Meteen begon ze opnieuw te gloeien, verwarmd en verlicht door de andere brandende kolen om haar heen.
De les is eenvoudig: één enkel stuk kool kan niet op zichzelf blijven branden; er zijn vele kolen samen nodig om een vuur brandend te houden. Zo kan ook geen enkele christen voor God blijven branden zonder de voortdurende steun van de gemeenschap van de Kerk.
Paul O’Reilly s.j., Hope in All Things
Lees meerWat kan ik voor je doen?
De vraag: “Wat kan ik voor je doen?” is er een die Jezus vaak stelt in de evangeliën. De manier waarop mensen die vraag beantwoorden, laat zien wat hun prioriteiten zijn. Toen Jezus die vraag stelde aan de blinde man, antwoordde hij: “Heer, laat me weer zien.” Toen Jezus diezelfde vraag stelde aan de leerlingen van Johannes de Doper, aan het begin van het evangelie volgens Johannes, antwoordden zij: “Waar verblijft U?” In beide gevallen kon Jezus ingaan op het antwoord dat Hij kreeg.
Toen diezelfde vraag echter werd gesteld aan de moeder van twee van de twaalf, Jakobus en Johannes, kon Jezus niet ingaan op haar antwoord. Haar antwoord liet zien dat haar prioriteit was dat haar zonen een hoge positie en eer zouden krijgen in Jezus’ koninkrijk. Er was een misverstand over de aard van het koninkrijk dat Jezus kwam verkondigen.
Op het moment dat Jezus alle status en eer had verloren — toen Hij aan een Romeins kruis hing — werd Hij publiekelijk tot koning uitgeroepen. Dat was bedoeld als spot, maar ironisch genoeg sprak het de waarheid. Jezus openbaarde het koninkrijk van Gods liefde juist het meest in dat moment van uiterste schaamte en vernedering.
Jakobus, Johannes en de andere leerlingen moesten leren dat zij zich aansloten bij een koninkrijk dat geen enkele gelijkenis vertoonde met de koninkrijken van deze wereld. Jezus bevond zich niet onder de ‘heersers’ en ‘grote mannen’ die over anderen heersen en hun macht laten gelden. Zijn gezag toonde zich niet in gediend worden, maar in het zichzelf wegschenken — in de liefdevolle dienst aan anderen.
Hetzelfde geldt voor allen die zijn leerlingen willen zijn. Ook vandaag geldt dat nog voor Jezus’ werk: Gods koninkrijk op aarde brengen, niet een nieuw aards koninkrijk bouwen.
Martin Hogan, The Word is a Lamp on my Path
Lees meerDe Zoekers
De Wijzen waren waarschijnlijk astronomen en filosofen uit de regio Perzië, maar bovenal waren het zoekers. Zij keken naar de hemel op zoek naar astronomische tekenen die de geboorte van een machtige leider zouden aankondigen. Zij waren wakker voor de tekenen van de tijd. We weten niets zeker over hun religieuze overtuigingen. Dat doet er eigenlijk ook niet toe. Het verhaal van de Wijzen is immers het verhaal van mensen die op reis gaan op zoek naar God – uit alle culturen, landen en geloofsovertuigingen. De aankomst van de Wijzen in Bethlehem is een moment van grote vreugde en genade, want “toen zij het huis binnengingen, zagen zij het kind met Maria, zijn moeder; en zij knielden neer en bewezen Hem eer”. God wordt gevonden in de eenvoudige plekken. Laten we de moed hebben om het risico te nemen en uit onze comfortzone te stappen op zoek naar Jezus; net zoals de Wijzen dat deden. Zij hadden geen idee wat hen te wachten stond, maar het Evangelie vertelt over hun blijdschap en vreugde toen zij op die plek aankwamen.
Tríona Doherty en Jane Mellett, The Deep End: A Journey with the Gospels in the Year of Luke
Maak van je hart een kribbe voor Jezus
Terwijl we Kerstmis vieren, worden we uitgenodigd om onze harten te openen – om van ons hart een kribbe te maken – een plaats waar Jezus welkom is, waar we Hem kunnen ontmoeten. Wat betekent dat eigenlijk? Wanneer we vandaag het kerstverhaal horen, welke uitwerking heeft het dan op ons?
Misschien lijken we op de herders, vervuld van blijdschap en geestdriftig van vreugde. Of misschien herkennen we ons meer in Maria, die nog steeds probeert te begrijpen wat dit alles betekent. Voor beide mogelijkheden is er plaats. Maria’s begrip van Jezus is diep en intiem: wellicht hebben de herders slechts aan de oppervlakte van het mysterie geproefd.
Ons geloof en onze relatie met God kennen ook seizoenen. De hoogte- en dieptepunten van het leven kunnen ons verrassen, waardoor we dingen met nieuwe ogen gaan zien. Wanneer de drukte van de Advent voorbij is, heeft Kerstmis de kracht om ons even stil te zetten – om ons tijd te geven om te rusten in verwondering en dank te zeggen voor Gods trouw in ons leven.
Dit is een tijd om te koesteren en te overwegen, om – net als Maria – bij stil te zitten.
Tríona Doherty en Jane Mellett, The Deep End: A Journey with the Gospels in the Year of Matthew
Lees meerEen mysterie
Iets om elke dag van deze week over na te denken en voor te bidden:
In religieuze termen zouden we Jozef een gelovige man kunnen noemen – trouw in zijn geloof en in zijn religieuze praktijk. Het bezoek van de engel stelt zijn trouw aan God en aan Maria op de proef. Maar hij stelt hen niet teleur. Hij werd geroepen om zorg te dragen voor Jezus en Maria; om zich open te stellen voor het mysterie van God.
Een verleiding inherent aan religie is dat we te veel willen vastleggen en verklaren. Ware religie daarentegen blijft open voor het mysterie van het leven; want het leven daagt ons uit en roept ons telkens weer. Ware religie staat open voor het mysterie. We hebben een Kerk nodig die verlicht is door het licht van God, zoals Jozef dat was. Zijn last werd verlicht toen hij zich opende voor God – toen hij Maria als zijn vrouw in huis nam, ongeacht wat anderen zouden denken.
Dit is de aankondiging aan Jozef – het woord van de engel kwam tot hem in een droom. Het opende hem voor een diepere betekenis van het leven. Ook wij mogen dit woord ontvangen als een centraal deel van ons eigen leven. En de volgende keer dat we het Woord ontmoeten, zal het vlees geworden zijn.
Donal Neary s.j., Gospel Reflections for Sundays of Year A
Lees meerTot inkeer komen
Het is geen toeval dat we Johannes de Doper en zijn uitdagende boodschap juist in de Advent ontmoeten. Zijn oproep tot bekering maakt ons misschien niet meteen enthousiasme – we zijn deze weken vooral in een feeststemming – maar ‘zich bekeren’ betekent letterlijk ‘bekering’ of ‘ommekeer’ (metanoia). Het gaat er niet om dat we onszelf overladen met schuldgevoel, maar dat we ons laten uitnodigen tot verandering: om ons af te keren van wat ons geen leven schenkt, en te omarmen wat ons helpt om voluit en evenwichtiger te leven.
Op die manier scheppen we ruimte om de genade en liefde van Christus met Kerstmis te ontvangen; ook worden we opnieuw bewust van zijn liefdevolle aanwezigheid in ons hart en in de wereld om ons heen. Dat werkt bevrijdend en stelt ons in staat om ons toe te wijden aan de liefde en aan het geboren laten worden van God in ons hart.
Hoe we ons in deze weken voorbereiden, is van belang en kan vele zegeningen brengen. Vandaag nodigt Johannes de mensen die zich verzameld hebben – en ook ons – uit om tot inkeer te komen
Tríona Doherty en Jane Mellett, The Deep End: A Journey with the Gospels in the Year of Matthew
Lees meerDe God-drager
In de loop van de tijd zijn onze beelden van Maria behoorlijk ‘gekuist’. Deels kwam dit door culturele opvattingen over de rol van vrouwen, maar ook door de langdurige verbinding in de traditie van de Kerk tussen ‘heiligheid’ en ‘zuiverheid’ bij vrouwen.
We keren terug naar het oorspronkelijke verhaal, naar Maria’s eerste verschijning als de moedige, vastberaden, ademloze, geestdriftige jonge vrouw die haastig naar het huis van Elisabeth ging – zwanger van Gods belofte, zwanger van vreugde, dragend het Woord van God en het doorgevend aan anderen.
Velen van ons hebben een bijzondere devotie tot Maria. Advent is een uitgelezen tijd om te overwegen wat Maria ons kan leren over leerling-zijn en over het ‘dragen van God’ (theotokos). God vraagt van ieder van ons om dragers te zijn van zijn liefde en zijn Woord. Onze uitdaging is om ruimte te scheppen voor God in al onze menselijke ervaringen – in onze vreugde én in onze gebrokenheid.
Laten we in de voetsporen treden van Maria, de eerste evangeliste. Laten we ook luisteren naar de ervaringen van de vrouwen in onze Kerk en samenleving, die door hun kracht en enthousiasme het werk voortzetten om Christus te dragen – in en naar onze wereld.
Tríona Doherty en Jane Mellett, The Deep End: A Journey with the Gospels in the Year of Luke
De opgeruimde ziel
Tijdens de Advent worden we uitgenodigd om onze ziel eens ´op te ruimen´. Net als bij een huis vergt dat inspanning; het gebeurt niet vanzelf. Als we werkelijk willen dat de Heer komt en een tijdje bij ons blijft, moeten we de weg voor Hem bereiden. Het gaat erom het huis op orde te brengen – de ziel op orde te brengen. Op een gegeven moment en plaats moeten we opnieuw de woorden van de honderdman horen en beseffen dat deze ook de onze zijn: ‘Heer, ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt.’
Daarvoor hebben we een plan van aanpak nodig, een soort kaart die ons onderweg de richting wijst. Het sacrament van de verzoening biedt een deel van die routekaart. De coördinaten liggen al voor ons klaar; de eerste stap vinden we misschien in de woorden: ‘Zegen mij, Vader, want ik heb gezondigd.’
Vincent Sherlock, Let Advent be Advent
Lees meer