Elke goede daad uit liefde heeft een eeuwige waarde
Onze inspanningen kunnen klein en vruchteloos lijken, maar veel evangelieverhalen laten een steeds terugkerend motief zien: God heeft oog voor kleine mensen en kleine dingen. Denk aan het muntje van de weduwe en de vermenigvuldiging van de broden en vissen (Marc. 12,41-44; 8,1-9). In Kana wordt gewoon water veranderd in de beste wijn (Joh. 2,1-12); bij het Laatste Avondmaal worden eenvoudig brood en wijn het lichaam en bloed van de Heer (Luc. 22,19-20). Het leven van ieder mens, hoe verborgen ook, heeft invloed op alle anderen (Rom. 14,7).
Elke goede daad, hoe klein ook, die uit liefde wordt gedaan, heeft een eeuwige waarde, omdat liefde niet vergaat (1 Kor. 13,8) en wij haar beloning zullen ontvangen op de oogsttijd (Gal. 6,9). Dit geeft hoop dat onze kleine bijdragen ten gunste van onze zieke planeet hun eigen symbolische betekenis hebben. Julian of Norwich verwoordt deze hoop als volgt:
God liet mij een klein ding zien, zo groot als een hazelnoot, dat in mijn handpalm lag. Ik keek ernaar en dacht: “Wat kan dit zijn?” En mij werd geantwoord: “Het is alles wat geschapen is.” Ik verwonderde mij hoe het kon blijven bestaan, want ik dacht dat het door zijn kleinheid plotseling tot niets zou kunnen vergaan. En mij werd geantwoord: “Het blijft en zal altijd blijven, want God heeft het lief. En zo hebben alle dingen hun begin door de liefde van God.” In dit kleine ding zag ik drie waarheden: ten eerste dat God het heeft gemaakt; ten tweede dat God het liefheeft; en ten derde dat God het bewaart.
Brian Grogan SJ, Creation Walk:The Amazing Story of a Small Blue Planet