Wij dorsten naar inclusie
Op een beroemde afbeelding kijkt de Samaritaanse vrouw in de put en ziet daar haar eigen beeld – én het beeld van Jezus. In de diepte van de put van haar leven is de aanwezigheid van Jezus.
In de diepte van de put – wanneer we liefde of pijn voelen, de dood vrezen, voor keuzes staan of verheugd zijn – vinden we God. God is nabij wanneer wij onszelf nabij zijn, zelfs in schaamte en zonde. Wij dorsten naar zin in het leven, naar de zekerheid dat we totaal geliefd zijn, naar gemeenschap en verbondenheid – en God biedt ons dit alles aan.
Dit is het geschenk van God – het levende water is de Heilige Geest. Wij dorsten naar inclusie – de leerlingen in dit verhaal wilden niet dat Jezus met een vrouw sprak. Veel van de religie van die tijd scheidde mensen van elkaar. In de diepte van de put zijn wij allemaal gelijk.
Wij vinden de barmhartigheid van God in de put. Wanneer wij afdalen in de diepte van het gebed en in de diepte van onszelf, stellen wij ons open voor barmhartigheid. Wij kunnen voorwaarden stellen aan Gods barmhartigheid – door onze zonden te benoemen of te tellen. Maar op de bodem van de put is het water van barmhartigheid.
Donal Neary s.j., Gospel Reflections for Sundays of Year A