Wij zijn begenadigd

In zijn brieven spreekt Paulus vaak vanuit het besef dat hij overvloedig door God met genade is gezegend. Hoewel hij zichzelf beschouwt als “de minste van alle heiligen” (d.w.z. de gedoopten), is hem een “bijzondere genade” toevertrouwd. De genade waarover Paulus spreekt, is het Evangelie, dat het mysterie van Christus onthult. Paulus staat verwonderd tegenover “de diepte die ik zie in het mysterie van Christus”. Hij beseft heel goed dat de genade die hem is toevertrouwd ook een verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Hij is geroepen om dienaar te zijn van dit Evangelie waarmee hij is begunstigd, verantwoordelijk om het te verkondigen aan hen die het nog nooit hebben gehoord. Hij ziet zichzelf als een “rentmeester” die veel van zijn meester heeft ontvangen en nu moet tonen dat hij diens vertrouwen waard is.
Ook wij zijn door de Heer op verschillende manieren met genade gezegend. Wij zijn gedoopt in Christus; wij hebben deel gekregen aan zijn Geest; het Evangelie is ons toevertrouwd; wij zijn leden van het lichaam van Christus, de Kerk; wij ontvangen zijn komst als brood des levens in de eucharistie; wij worden geraakt door zijn barmhartige aanwezigheid in het sacrament van de verzoening. Als betrouwbare rentmeesters is ons door de Heer veel toevertrouwd. Als “trouwe en wijze” rentmeesters moeten wij de vele genaden die wij van God hebben ontvangen blijven koesteren en leven vanuit wat ons is toevertrouwd. Wij zijn door de Heer met genade gezegend, zodat wij anderen kunnen laten delen in wat wij zelf hebben ontvangen.


Martin Hogan, The Word of God is Living and Active