Lucas 6, 20-26
20Jezus sloeg zijn ogen op, keek zijn leerlingen aan en sprak:
“Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods.
21Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachen.
22 Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer ze u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks. 23Als die dag komt, spring dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel. Op dezelfde manier behandelden hun voorvaders de profeten.
24Maar wee u, rijken, want wat u vertroost hebt ge al ontvangen.25Wee u, die nu verzadigd zijt, want ge zult honger lijden. Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen.
26Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden het zelfde met de valse profeten.”
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie bij on Lucas 6, 20-26
Inspiratie - 2026-11-06 Dagelijks Gebed
- Let op de tegenwoordige tijd die in de eerste van deze zaligsprekingen wordt gebruikt: de armen zijn hier en nu gezegend – niet, zo zegt Lucas, omdat ze arm zijn, maar omdat ‘het Koninkrijk van God van hen is’. Elke goede relatie is ‘arm’, omdat de ander niet ons eigendom is. De een is een geschenk van de ander, en ieder is een geschenk van God.
- Het koninkrijk van Jezus is zowel voor deze wereld als voor de volgende bestemd. Als we elkaar zouden liefhebben zoals onszelf, zou er geen armoede zijn en geen honger. De armen zouden te eten krijgen, de behoeftigen zouden worden gekoesterd en de rouwenden zouden worden getroost. Hoe kan ik er vandaag toe bijdragen dat het koninkrijk van Jezus voor iemand anders werkelijkheid wordt?