Johannes 12:24-36
24“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort. 25Wie zijn leven bemint verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat zal het ten eeuwigen leven bewaren. 26Wil iemand Mij dienen dan moet hij Mij volgen; waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient zal de Vader hem eren.”
27Nu is mijn ziel ontroerd. Wat moet Ik zeggen? “Vader, red Mij uit dit uur? Maar daarom juist ben Ik tot dit uur gekomen. 28Vader, verheerlijk uw Naam.” Toen kwam er een stem vanuit de hemel: “Ik heb Hem verheerlijkt en zal Hem wederom verheerlijken.” 29Het volk dat er bij stond te luisteren zei dat het gedonderd had. Anderen zeiden: ‘Een engel heeft tot Hem gesproken.’ 30Maar Jezus sprak: ‘Niet om Mij was die stem, maar om u. 31Nu heeft er een oordeel over deze wereld plaats, nu zal de vorst van de wereld worden buitengeworpen; 32en wanneer Ik van de aarde zal zijn omhooggeheven, zal Ik allen tot Mij trekken.’ 33Hiermee duidde Hij aan, welke dood Hij zou sterven. 34Het volk antwoordde Hem: ‘Wij hebben in de Wet gehoord dat de Messias in eeuwigheid blijft; hoe kunt Gij dan zeggen dat de Mensenzoon omhooggeheven moet worden? Wie is die Mensenzoon? 35Daarop zei Jezus hun: ‘Nog een korte tijd is het licht onder u. Gaat uw weg zolang gij dat licht hebt, opdat het duister u niet moge overvallen, want wie in de duisternis loopt, weet niet waar hij heen gaat. 36Zolang gij het licht hebt, gelooft in het licht, opdat gij kinderen van het licht moogt zijn.’
Toen Jezus dit gezegd had, ging Hij heen en verborg zich voor hen.
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie bij on Johannes 12:24-36
Inspiratie - 2026-08-10 Dagelijks Gebed
In de natuur zien we dat planten afsterven om opnieuw groei te produceren. Er moet iets worden opgegeven om potentieel te realiseren. Laten we leren om op verschillende vlakken de dingen los te laten opdat onze gaven zouden openbloeien en nieuwe kansen krijgen om zich te vermenigvuldigen.