Johannes 21, 15-19

15Toen Jezus verschenen was aan zijn leerlingen, zei Hij na het ontbijt tot Simon Petrus: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?” Hij antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.” Jezus zei hem: “Weid mijn lammeren.” 16Nog een tweede maal zei Hij tot hem: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” En deze antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.” Jezus hernam: “Hoed mijn schapen.” 17Voor de derde maal vroeg Hij: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt ge Mij lief? en hij zei Hem: “Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin.” Daarop zei Jezus hem: “Weid mijn schapen. 18Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart, deed ge zelf uw gordel om en ging waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.” 19Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zei Hij hem: “Volg Mij.”


Reflectie bij on Johannes 21, 15-19

Inspiratie - 2026-05-22 Dagelijks Gebed

Het kan niet makkelijk zijn geweest om – zoals Petrus – drie keer de vraag te krijgen: ‘Heb je Mij lief?’ Petrus voelde zich waarschijnlijk behoorlijk kwetsbaar in zijn relatie met Jezus en twijfelde of hij de breuk ooit zou kunnen herstellen. Een van de mooie aspecten van zo’n relatie is dat ons steeds wordt voorgehouden dat de breuk nooit blijvend is – tenminste niet van de kant van de Heer. Wij vragen U, Heer, vergeef ons wanneer wij U hebben verloochend en maak ons verlangen sterker om dichter bij U te blijven.