Johannes 5, 1-3. 5-16

1Omdat er een feest van de Joden was, ging Jezus op naar Jeruzalem.

2Nu is er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badinrichting, in het Hebreeuws Bezeta geheten, met vijf zuilengangen. 3In die gangen lag altijd een groot aantal gebrekkigen. 5Nu was daar een man die al achtendertig jaar lang gebrekkig was. 6Jezus zag hem liggen en omdat Hij wist dat hij reeds lang zo lag zei Hij tot hem: “Wil je gezond worden?” 7De zieke gaf Hem ten antwoord: “Heer, ik heb niemand om mij in het bad te brengen wanneer het water bewogen wordt, en terwijl ik ga daalt een ander vóór mij er in af.” 8Daarop zei Jezus hem: “Sta op, neem je bed op en loop.” 9Op slag werd de man gezond. Hij nam zijn bed op en liep.

Die dag was het echter sabbat

10en daarom zeiden de Joden tot de genezene: “Het is sabbat, je mag je bed niet dragen.” 11Hierop antwoordde hij hun: “Die mij gezond heeft gemaakt Die heeft mij gezegd: Neem je bed op en loop!” 12Daarom vroegen zij hem: “Wie is die man die je zei: Neem je bed op en loop?” 13De genezene wist niet wie het was, want Jezus had zich ongemerkt teruggetrokken omdat er veel volk ter plaatse was. 14Later trof Jezus hem in de tempel en sprak tot hem: “Zie, je bent nu genezen! Zondig niet meer opdat je niets ergers overkomt.” 15De man ging heen en vertelde aan de Joden dat het Jezus was die hem genezen had. 16Omdat Jezus dergelijke dingen op sabbat deed begonnen de Joden Hem te vervolgen.


Reflectie on Johannes 5, 1-3. 5-16

Inspiratie - 2025-04-01 Dagelijks Gebed

Het feit dat Jezus de zieke vroeg of hij genezen wilde worden, getuigde van grote gevoeligheid. Hij was bijna veertig jaar ziek en zou veel grote veranderingen in zijn leven meemaken als hij plotseling weer beter zou worden. We moeten voorzichtig zijn met wat we in gebed vragen. Het verzoek van Jezus in de tuin van Getsemane werd elke keer gevolgd door: ‘Maar laat niet mijn wil, maar de uwe geschieden.’ Laten we God vragen ons te geven wat Hij weet dat het beste voor ons is.

De Joodse religieuze leiders maakten veel wetten waarvan ze beweerden dat ze God eerden, maar in werkelijkheid waren ze bedoeld om zichzelf autoriteit en controle over het leven van mensen te geven. Jezus, die hun hypocrisie kende, negeerde deze wetten. Onze menselijke wetten moeten altijd gemotiveerd worden door liefde en mededogen voor het welzijn van iedereen. Stel ik in mijn omgang met anderen menselijke wetten boven het welzijn van anderen? Kruid ik gerechtigheid met barmhartigheid?