Johannes 6, 30-35

30De menigte vroeg aan Jezus: “Wat voor teken doet Gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven? Wat doet Gij eigenlijk? 31Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: ‘Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten.’ ” 32Jezus hernam: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven; 33want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld.” 34zij zeiden tot Hem: “Heer, geef ons te allen tijde dat brood.”

35Jezus sprak tot hen: “Ik ben het brood des levens. Wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.”


Reflectie on Johannes 6, 30-35

Inspiratie - 2026-04-21 Dagelijks Gebed

Zoals velen onder ons waren de joden altijd op zoek altijd op zoek naar zekerheid, zowel op menselijk als goddelijk vlak. Het evangelie volgens Johannes maakt geen melding van de instelling van de Eucharistie maar het volledige hoofdstuk 6, dat we deze week lezen, staat vol van eucharistische thema’s. Jezus maakt duidelijk dat Hij het brood om van te leven is, het ware brood, dat ons ondersteunt tijdens ons leven. Hij nodigt ons uit om er voortdurend gebruik van te maken.