Johannes 6, 51-58
51Jezus zei tot de menigte: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.”
52De Joden geraakten daarover met elkaar in twist en zeiden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” 53Jezus sprak daarop tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. 54Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. 55Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. 56Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem. 57Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij. 58Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie bij on Johannes 6, 51-58
Inspiratie - 2026-06-07 Dagelijks Gebed
De mensen die naar Jezus luisterden, begrepen de woorden ‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald’ niet. Toen Hij zei: ‘Als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u’, sprak Jezus niet letterlijk, maar figuurlijk. In een metafoor worden de eigenschappen van het ene – brood en wijn – figuurlijk overgedragen op het andere – lichaam en bloed. In de Eucharistie ontvangen wij het Lichaam en Bloed van Christus als voedsel voor de ziel en als herinnering dat Jezus zijn bloed heeft vergoten, opdat wij in Hem zouden blijven.