Lucas 1, 57-66. 80
57Voor Elisabet brak het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon. 58Toen de buren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde.
59Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen. 60Maar zijn moeder zei daarop: “Neen, het moet Johannes heten.” 61Zij antwoordden haar: “Maar er is in uw familie niemand die zo heet.” 62Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader hoe hij het wilde noemen. 63Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op: “Johannes zal hij heten.” Ze stonden allen verbaasd. 64Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof. 65Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld. 66Ieder die het hoorde dacht er over na en vroeg zich af: “Wat zal er worden van dit kind?” Want de hand des Heren was met hem.
80Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer. Hij verbleef in de woestijn tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde.
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie on Lucas 1, 57-66. 80
Inspiratie - 2025-06-24 Dagelijks Gebed
De naam ‘Johannes’ is van Hebreeuwse oorsprong en betekent ‘God is genadig’. Zowel Elizabet als Zacharias erkenden dat God hun inderdaad genadig was geweest. Onze God is elk van ons voortdurend genadig. Hij houdt van ons met een eeuwigdurende liefde.
Johannes de Doper had een speciale zending van God, en daarom lezen we ‘de hand van de Heer was met hem’. Dit betekent dat alle genade die hij nodig had voor zijn zending aan hem werd gegeven. Ook ieder van ons heeft een zending van God die uniek is voor ons, en alle genade die we nodig hebben zal ook aan ons gegeven worden. Paus Franciscus herinnert ons eraan dat we allemaal missionarissen zijn.