Lucas 1, 57-66

57Voor Elisabet brak het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon. 58Toen de buren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde.

59Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen. 60Maar zijn moeder zei daarop: “Neen, het moet Johannes heten.” 61Zij antwoordden haar: “Maar er is in uw familie niemand die zo heet.” 62Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader hoe hij het wilde noemen. 63Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op: “Johannes zal hij heten.” Ze stonden allen verbaasd. 64Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof. 65Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld. 66Ieder die het hoorde dacht er over na en vroeg zich af: “Wat zal er worden van dit kind?” Want de hand des Heren was met hem.


Reflectie on Lucas 1, 57-66

Inspiratie - 2025-12-23 Dagelijks Gebed

Enkele dagen geleden kwamen we Zacharias tegen. Deze keer laat hij zich van een heel andere kant zien. Toen de engel Gabriël zijn toekomst voorspelde, wist hij aanvankelijk niet goed hoe hij zich moest gedragen. Gabriëls profetie leek zo onwaarschijnlijk dat Zacharias er geen aandacht aan wilde schenken. Maar hij werd met stomheid geslagen. Die straf voor zijn ongeloof deed hem van gedachten veranderen. Toen hem werd gevraagd hoe de pasgeboren baby moest heten, vroeg hij om een tablet en schreef hij: ‘Zijn naam is Johannes’. Niet alleen zijn tong was losgemaakt, ook zijn hart was ontvankelijker geworden.