Lucas 14, 1-6

1Toen Jezus op een sabbat het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging om er de maaltijd te gebruiken, hielden zij Hem voortdurend in het oog. 2Op een gegeven ogenblik werd Hij een man gewaar die aan waterzucht leed. 3Daarop richtte Jezus zich tot de wetgeleerden en Farizeeën met de vraag: “Mag men op sabbat iemand genezen of niet?” 4Maar zij zeiden niets. Daarop legde Hij zijn hand op hem; Hij genas hem en liet hem heengaan. 5Vervolgens keerde Hij zich tot hen met de woorden: “Wie van u zal niet terstond als zijn zoon of zijn os in een put valt, hem eruit trekken, ook al is het sabbat?” 6Ze waren niet in staat er iets tegen in te brengen.