Lucas, 17, 1-6
1Jezus sprak tot zijn leerlingen: “Dat er ergernissen komen is onvermijdelijk, maar wee de mens door wiens toedoen ze komen. 2Het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp, dan dat hij aan een van deze kleinen aanleiding tot zonde geeft., 3Wacht u daarvoor. Als uw broeder gezondigd heeft, geef hem een berisping; toont hij dan spijt, vergeef het hem. 4Al misdoet hij zevenmaal per dag tegen u, maar zevenmaal ook wendt hij zich tot u met de woorden het spijt me, dan moet ge hem vergeven.”
5De apostelen zeiden nu tot de Heer: “Geef ons meer geloof.” 6De Heer antwoordde: “Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.”
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie on Lucas, 17, 1-6
Inspiratie - 2025-11-10 Dagelijks Gebed
In Matteüs 18, 21 vraagt Petrus aan Jezus: ‘Hoe vaak moet ik mijn broer vergeven als hij tegen mij zondigt? Is zeven keer genoeg?’ Jezus antwoordt: ‘Niet zeven keer, maar zeventig maal zeven keer.’ Deze oproep is zo krachtig dat hij is opgenomen in het Onze Vader, waar we God vragen ons te vergeven zoals ook wij anderen vergeven.
En dan de vraag voor onszelf: doe ik echt mijn best om anderen te vergeven, niet alleen met mijn verstand, maar ook met mijn hart? Bid ik voor diegenen die mij pijn hebben gedaan?