Lucas 2, 41-51

41Ieder jaar reisden de ouders van Jezus bij gelegenheid van het Paasfeest naar Jeruzalem. 42En overeenkomstig het gebruik bij dit feest gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was. 43Maar na afloop van die dagen keerden zij naar huis terug. Het kind Jezus bleef echter in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. 44In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond, gingen zij een dagreis ver, en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden. 45Omdat zij Hem niet vonden keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug. 46Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij te midden van de leraren zat naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde. 47Allen die Hem hoorden waren verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden. 48Toen zijn ouders Hem daar opmerkten stonden zij verslagen. Zijn moeder zei tot Hem: “Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht.” 49Maar Hij antwoordde: “Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” 50Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde. 51Hij ging met hen mee naar Nazaret en was aan hen onderdanig. Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.


Reflectie on Lucas 2, 41-51

Inspiratie - 2024-06-08 Dagelijks Gebed

Dit feest is vergelijkbaar met gisteren en herdenkt Maria die haar leven toewijdde aan de liefde. Liefdevolle harten zijn verweven in ons verlossingsverhaal toen Maria zichzelf beschikbaar stelde voor wat God wilde. Haar hart werd doorboord toen ze Jezus zag lijden. Mogen we kracht uit haar putten in het dienen van haar Zoon.

Toen Maria en Jozef van Jeruzalem terugkeerden naar Nazareth, nadat ze het Pascha hadden gevierd, realiseerden ze zich dat Jezus niet bij hen was. Ze zochten wanhopig naar Hem tot ze Hem vonden. Hebben wij dezelfde honger naar Jezus en liefde voor Hem, zodat we naar Hem op zoek gaan totdat we Hem vinden? Door Jezus leren we de Vader kennen en zullen we op een dag met Hem wonen in het huis van de Vader – de Hemel.