Marcus 3, 22-30

22In die tijd zeiden de schriftgeleerden over Jezus dat Beëlzebub in Hem huisde en dat Hij door middel van de vorst der duivels de duivels uitdreef. 23Jezus riep hen bij zich en sprak tot hen in gelijkenissen: “Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven? 24Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is kan dat rijk geen stand houden. 25Wanneer een huis innerlijk verdeeld is zal dat huis geen stand kunnen houden. 26En wanneer de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is, kan hij geen stand houden, maar is zijn einde gekomen. 27Bovendien, niemand kan binnendringen in het huis van een sterke om zijn huisraad te roven als hij niet eerst die sterke heeft gebonden. Dan pas kan hij zijn huis leeghalen.

28“Voorwaar, Ik zeg u: alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden, ook alle godslasteringen die zij uitgesproken hebben, 29maar als iemand lastert tegen de heilige Geest krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis; hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.” 30Dit omdat zij gezegd hadden: er huist een onreine geest in Hem.


Reflectie on Marcus 3, 22-30

Inspiratie - 2026-01-26 Dagelijks Gebed

Soms kom je mensen tegen die niet in staat lijken te zijn het goede te zien in wat anderen doen. Hier zijn de lokale schriftgeleerden meer dan bereid om de slechts mogelijke motieven toe te schrijven aan wat Jezus voor anderen doet. Het is een kwaadwillige en bekrompen visie op de menselijke natuur die volledig indruist tegen het standpunt van het evangelie dat de goedheid van God eindeloos is. Ik stel mezelf de vraag of ik de zaken altijd met een positieve instelling benader wanneer ik de handelingen van anderen aanschouw.