Marcus 7, 31-37
31In die tijd vertrok Jezus uit de streek van Tyrus en begaf zich over de Sidon naar het meer van Galilea, midden in de streek van de Dekápolis. 32Men bracht een doofstomme bij Hem en smeekte Hem dat Hij deze de hand zou opleggen. 33Jezus nam hem terzijde, buiten de kring van het volk, stak hem de vingers in de oren en raakte zijn tong met speeksel aan. 34Vervolgens sloeg Hij zijn ogen ten hemel, zuchtte en sprak tot hem: “Effeta,” wat betekent: Gaat open. 35Terstond gingen zijn oren open, en werd de band van zijn tong losgemaakt zodat hij normaal sprak. 36Hij verbood het aan iemand te zeggen; maar met hoe meer nadruk Hij dat verbood, des te luider verkondigden zij het. 37Buiten zichzelf van verbazing riepen zij uit: “Hij heeft alles welgedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken.”
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie on Marcus 7, 31-37
Inspiratie - 2026-02-13 Dagelijks Gebed
In de verhalen over wat Jezus dagelijks overkwam treft ons vaak de vriendelijkheid en de moed van mensen. Wellicht werd Hij voortdurend bedolven onder smeekbeden. Heel vaak kwam men bij Hem om iets te vragen dat men verlangde of nodig had, en niet enkel voor zichzelf. Heb jij het al meegemaakt dat een vreemde zo vriendelijk is om aan Jezus iets te vragen voor jou? Als dat zo is, wil je nu jouw voorspreker misschien wel danken?