Matteüs 13, 24-32
24Jezus hield de menigte deze gelijkenis voor: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid; 25maar terwijl de mensen sliepen kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. 26Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. 27De knechten van de eigenaar kwamen en zeiden tot Hem: ‘Meester, hebt u geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dan dat onkruid vandaan?’ 28Hij antwoordde: ‘Dat is het werk van de vijand.’ De knechten zeiden tegen hem: ‘Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?’ 29 Maar hij antwoordde: ‘Nee, want als jullie het onkruid eruit halen, trek je tegelijk de tarwe eruit. 30Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden; maar slaat de tarwe op in mijn schuur.’ ”
31“Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje dat iemand op zijn akker zaaide. 32Weliswaar is dit het allerkleinste zaadje, maar wanneer het is opgeschoten is het groter dan de andere tuingewassen; het wordt een boom, zodat de vogels in zijn takken komen nestelen.”
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”