Matteüs 14, 13-21
13Toen Jezus het bericht van de moord op Johannes vernomen had voer Hij vandaar in een boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Maar het gerucht hiervan drong tot het volk door en het ging Hem te voet uit hun steden achterna. 14Toen Hij van boord ging en een grote meningte zag kreeg Hij diep medelijden met hen, en Hij genas hun zieken. 15Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: “Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.” 16“Het is niet nodig dat zij weggaan – zei Jezus hun –, geeft gij hun maar te eten.” 17Doch zij antwoordden: “Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.” 18Waarop Jezus sprak: “Brengt die dan hier.”19En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken brak Hij de broden, die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. 20Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. 21Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie on Matteüs 14, 13-21
Inspiratie - 2025-08-04 Dagelijks Gebed
De mensen stroomden massaal naar Hem toe, zodat Hij nauwelijks tijd had om tot rust te komen. Uit medelijden begon Jezus hen te onderwijzen, en Hij had oog voor hun lichamelijke noden. Toch leken ze hun honger niet te voelen – ze werden gevoed op een dieper, geestelijk niveau. Als onze ziel gevoed wordt, hebben we minder behoefte aan materiële dingen. Neem ik genoeg tijd voor wat mijn ziel nodig heeft?
Jezus zegt tegen zijn apostelen dat het aan hen is om de mensen te voeden. Ook vandaag roept Hij mensen op om zijn volk te voeden – met Gods Woord en met de Eucharistie. Laten we bidden om roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven, en om volharding voor wie deze weg reeds volgen.