Matteüs 16:21-27

21In die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou lijden van de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden en ter dood gebracht zou worden en op de derde dag zou verrijzen. 22Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te berispen: “Dat verhoede God, Heer! Dat mag U nooit gebeuren!” 23Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: “Ga achter Mij aan, satan! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij denkt niet aan de dingen van God, maar aan die van de mensen.”

24Toen zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als iemand achter Mij aan wil gaan, moet hij zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen en Mij volgen. 25Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij, zal het vinden. 26Wat baat het een mens wanneer hij heel de wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn ziel?

27Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.”


Reflectie bij on Matteüs 16:21-27

Inspiratie - 2026-08-30 Dagelijks Gebed

Er zijn altijd mensen in ons leven die op Petrus lijken en ons verleiden om wegen in te slaan waar we grote twijfels over hebben. Wij vertrouwen op uw wijsheid en leiding om ons uit doodlopende wegen te halen, en danken U voor alle keren dat U dat al gedaan hebt.