Matteüs 17:14-20
14In die tijd, toen Jezus en de leerlingen bij het volk gekomen waren, kwam een man naar Hem toe, wierp zich op de knieën voor Hem neer 15en sprak: “Heer, ontferm U over mijn zoon, want hij lijdt aan vallende ziekte en is er slecht aan toe. Dikwijls valt hij in het vuur en in het water. 16Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht maar die waren niet bij machte hem te genezen.” 17Jezus gaf ten antwoord: “O, ongelovig en verworden geslacht, hoelang nog moet Ik bij u zijn, hoelang nog u verdragen? Breng hem hier bij Mij.” 18En onder de dwang van Jezus’ woord ging de boze geest uit hem weg; op datzelfde ogenblik was de jongen genezen. 19Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen zij Hem: “Waarom hebben wij hem niet uit kunnen drijven?” 20Jezus zei hun: “Om uw gebrek aan geloof. “Voorwaar, Ik zeg u: wanneer gij een geloof bezit, ook al is dit klein als een mosterdzaadje, dan kunt ge tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar en hij zal zich verplaatsen. “Niets zal u onmogelijk zijn.” ,
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie bij on Matteüs 17:14-20
Inspiratie - 2026-08-08 Dagelijks Gebed
De leerlingen waren niet bepaald blij toen het hen niet lukte het lijden van de jongen met epilepsie te verlichten. Ze vroegen zich af waarom hun kracht minder was dan die van hun Meester. U gaf hun het antwoord, Heer: niet genoeg geloof… Nu ik tot U kom, vraag ik dat mijn eigen gebrek aan geloof geen belemmering mag vormen, noch voor mezelf, noch voor wie op zoek is en mijn raad vraagt.