Matteüs 19, 13-15

13Er werden kleine kinderen bij Jezus gebracht, opdat Hij hun de handen zou opleggen en een gebed over hen spreken. Maar bars wezen de leerlingen ze af. 14Jezus echter zei: “Laat die kinderen toch begaan en verhindert ze niet bij Mij te komen. Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Rijk der hemelen.” 15En nadat Hij hun de handen had opgelegd vertrok Hij vandaar.


Reflectie on Matteüs 19, 13-15

Inspiratie - 2025-08-16 Dagelijks Gebed

Mensen wilden hun kinderen laten zegenen door Jezus. Jezus zei van zichzelf dat Hij zachtmoedig was en nederig van hart. Zijn koninkrijk is een rijk voor mensen die een kinderlijke houding aannemen tegenover de hemelse Vader en die hun eigen kleinheid kennen, en zich afhankelijk weten van God. Kunnen wij nu met Jezus spreken over deze houding?

In zijn onschuld voelde Jezus zich thuis te midden van de onschuld van kleine kinderen. ‘Het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’