Matteüs 22:15-21

15In die tijd gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Jezus in zijn eigen woorden konden vangen. 16Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af met de vraag: “Meester, wij weten dat Gij waarachtig zijt en de weg van God naar waarheid leert en U aan niemand iets gelegen laat liggen, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. 17Zeg ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?” 18Maar Jezus kende hun boze opzet en zei: “Waarom stelt gij Mij op de proef, huichelaars? 19Laat Mij de belastingmunt eens zien.” Zij hielden Hem een denarie voor. 20En Hij zei hun: “Van wie is deze afbeelding en het opschrift?” 21Zij zeiden Hem: “Van de keizer.” Toen zei Hij tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.”