Matteüs 5, 17-37

17In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen maar om de vervulling te brengen. 18Want amen, Ik zeg u: voordat hemel en aarde voorbijgaan, zal niet één jota of haaltje uit de et voorbijgaan, voordat alles geschied is. 19Wie dus ook maar een van die kleinste geboden opheft en zo de mensen leert, zal de kleinste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. 20Ik zeg u: als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Koninrijk der hemelen.

21Gij hebt gehoord, dat tot onze voorouders is gezegd: ‘Gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht.’ 22Maar ik zeg u: ieder die vertoond is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. En wie tot zijn broeder zegt: ‘Raka’, zal strafbaar zijn voor het Sánhedrin, en wie zegt: ‘Dwaas’, zal strafbaar zijn met het gehenna van vuur. 23Als gij uw offergave naar het altaar draagt en daar herinnert gij u dat uw broeder iets tegen u heeft, 24laat dan uw offergave vóór het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw offergave aan te bieden. 25Word het snel eens met uw tegenpartij, zolang ge nog met hem onderweg zijt; anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en dan zoudt gij in de gevangenis worden geworpen. 26Amen, Ik zeg u: ge zult daar zeker niet uitkomen, totdat ge de laatste quadrans hebt terugbetaald.

27Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: ‘Gij zult geen echtbreuk plegen.” 28Maar Ik zeg u: ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar heeft gepleegd. 29Als uw rechteroog u aanstoot geeft, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u, dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat en dat niet heel uw lichaam in de gehenna wordt geworpen. 30En als uw rechterhand u aanstoot geeft, hak haar af en werp haar van u weg; want het is beter voor u dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat en dat niet heel uw lichaam in de gehenna komt.

31Ook is er gezegd: ‘Wie zijn vrouw verstoot moet haar een scheidingsbrief geven.’ 32Maar Ik zeg u: ieder die zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht, maakt haar tot echtbreekster; en wie een verstoten vrouw huwt begaat echtbreuk.

33Verder hebt gij gehoord, dat tot onze voorouders gezegd is: ‘Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden.’ 34Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren; noch bij de hemel, want dat is de troon van God, 35 noch bij de aarde, want dat is de voetbank voor zijn voeten, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning, 36noch bij uw hoofd zult gij zweren, want gij kunt niet één haar wit of zwart maken. 37Maar uw woord ‘ja’ moet ‘ja’ zijn en uw ‘nee’ ‘nee’; en wat hier bovenuit gaat, is uit den Boze.”


Reflectie on Matteüs 5, 17-37

Inspiratie - 2026-02-15 Dagelijks Gebed

De Joodse wet biedt heel wat richtlijnen en regels die ons kunnen helpen te leven zoals God het bedoeld had. Jezus voegde in dit verband nog een radicalere reeks van voorschriften toe om ons op het rechte pad te houden. De lat ligt hoog sindsdien en sommigen die naar Jezus kwamen luisteren besloten dat dit niets voor hen was. Help ons op het goede pad te blijven in ons leven en anderen moed in te spreken om hetzelfde te doen.