Matteüs 5, 20-26
20Ik zeg u: “Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
21Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders is gezegd: Gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. 22Maar Ik zeg u: Al wie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. En wie tot zijn broeder zegt: raka, zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin; en wie zegt: dwaas, zal strafbaar zijn met het vuur. van de hel. 23Als gij uw gaven komt brengen naar het altaar, en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, 24laat dan uw gaven voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gaven aan te bieden. 25Haast u het eens te worden met uw tegenpartij zolang ge nog met hem onderweg zijt; anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en dan zoudt gij in de gevangenis worden geworpen. 26Voorwaar, Ik zeg u: Ge zult daar niet uitkomen voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.”
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie bij on Matteüs 5, 20-26
Inspiratie - 2026-06-11 Dagelijks Gebed
Het is nooit gemakkelijk om genereus en eerlijk te reageren op situaties waarin we ons bevinden. Het vereist onderscheidingsvermogen en openheid.
De schriftgeleerden en Farizeeën zochten, net als wij, naar richtlijnen hoe ze in het leven moesten handelen, maar ze waren geneigd te veel te vertrouwen op regels en wettigheid, waaraan ze zich strikt hielden. Door te proberen God en onze medemensen lief te hebben, vragen we of ons enig inzicht mag worden gegeven in hoe we het beste te werk kunnen gaan.