Matteüs 9, 9-13
9Toen Jezus verder ging, zag Hij iemand aan het tolhuis zitten die Matteüs heette, en Hij zei tot hem: “Volg Mij.” De man stond op en volgde Hem.
10Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag, kwamen ook vele tollenaars en zondaars met Jezus en zijn leerlingen aanliggen. 11Toen de Farizeeën dat zagen zeiden ze tot zijn leerlingen: “Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?” 12Hij hoorde dit en zei: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. 13Gaat heen en leert wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen maar zondaars te roepen.”
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Reflectie on Matteüs 9, 9-13
Inspiratie - 2025-07-04 Dagelijks Gebed
De tollenaars en de zondaars voelden zich helemaal aanvaard in Jezus’ gezelschap. God zal altijd van de zondaar blijven houden, ook al heeft Hij een afkeer van hun zonde. Jezus is gekomen om redding te brengen aan ieder van ons. En ik? Oordeel en veroordeel ik, net als de Farizeeën, ook de anderen?
Jezus herinnert hier aan de profeet Hosea: ‘Liefde wil Ik, geen offers, met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer.’ (Hosea 6, 6). Jezus kwam om het verloren schaap te zoeken. Onze God is een barmhartige en liefdevolle God. Dit mogen we nooit vergeten. Want we zijn allen zondaars en hebben allemaal barmhartigheid nodig. Toen paus Franciscus opriep tot een jaar van barmhartigheid, legde hij uit dat barmhartigheid een synoniem, dus een andere naam, is voor God.